ECLI:NL:CRVB:2006:AX3060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag
Appellant was sinds 21 april 1999 in dienst bij Stichting Opmaat en nam per 1 januari 2004 ontslag vanwege een meningsverschil met de werkgever en een vermeende nieuwe baan die niet doorging. Het UWV wees de WW-uitkering af omdat appellant verwijtbaar werkloos werd geacht. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de fusie en werkdruk een redelijke grond vormden voor ontslag, ondersteund door een brief van een manager.
De voorzieningenrechter en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat er geen dringende of zwaarwegende redenen waren om het dienstverband te beëindigen. De toezegging van werk via LVOW was onvoldoende zeker en er was geen bewijs van een garantie. Ook was niet gebleken dat appellant serieus had geprobeerd het conflict op te lossen.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Hiermee blijft de weigering van de WW-uitkering in stand wegens verwijtbare werkloosheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen ontslag zonder zwaarwegende redenen.