ECLI:NL:CRVB:2006:AX3110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens vermeende geschiktheid voor maatvrouwwerk en ander werk
Appellante kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van 55-65% met een beperking tot 20 uur per week. Het Uwv trok de uitkering per 4 augustus 2002 in, stellende dat appellante geen psychische beperkingen meer had en in staat was tot het verrichten van maatvrouwwerk en ander werk, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, ondanks erkenning van een onjuiste theoretische schatting door het Uwv. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ten tijde van het besluit aanzienlijk psychisch beperkt was. De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat appellante destijds ernstige psychiatrische stoornissen had die haar belastbaarheid aanzienlijk beperkten.
De Raad oordeelde dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met deze beperkingen en dat het besluit daardoor op een ondeugdelijke grondslag berustte. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen. Daarnaast werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit te nemen.