ECLI:NL:CRVB:2006:AX3227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks minimale rugafwijkingen
Appellante was werkzaam op een veiling waar zij paprika’s en pepers moest sorteren en inpakken. Zij viel uit wegens rugklachten en vroeg ziekengeld aan. Een verzekeringsarts vond haar vanaf 16 september 2002 geschikt voor haar werk, waarna het ziekengeld werd stopgezet. Appellante maakte bezwaar, maar een bezwaarverzekeringsarts bevestigde het oordeel dat zij geschikt was voor het werk gezien de aard van de klachten en het te tillen gewicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp de door appellante ingebrachte spirituele rapporten als onvoldoende bewijs. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond het medisch onderzoek zorgvuldig, waarbij ook rekening werd gehouden met medicijngebruik en het ontbreken van RSI-klachten.
De Raad zag geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellante geschikt is voor haar werk en dus geen recht heeft op ziekengeld. De weigering van ziekengeld blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante geschikt is voor haar werk ondanks minimale rugafwijkingen.