ECLI:NL:CRVB:2006:AX3867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot terugvordering te veel betaalde loonsuppletie wegens niet gemelde loonsverhogingen
Betrokkene ontving loonsuppletie na ontslag en bij indiensttreding bij een nieuwe werkgever. Appellant stelde vast dat betrokkene vanaf 1 januari 1999 meer inkomsten had dan bij de vaststelling van de loonsuppletie was aangenomen. Hierdoor werd een bedrag van € 5.922,97 aan te veel betaalde loonsuppletie teruggevorderd.
De rechtbank stelde dat betrokkene redelijkerwijs had moeten weten dat loonsverhogingen invloed hadden op de loonsuppletie en dat hij deze wijzigingen moest melden. Echter, omdat appellant betrokkene niet had gewezen op deze verplichting, was het verzuim niet aan betrokkene toe te rekenen en was de terugvorderingstermijn van vijf jaar niet van toepassing.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat betrokkene wel degelijk gehouden was zijn loonsverhogingen te melden en dat het niet wijzen op deze verplichting door appellant niet tot gevolg heeft dat de terugvorderingstermijn vervalt. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Appellant was bevoegd de te veel betaalde loonsuppletie over de periode 1 januari 1999 tot 31 mei 2003 terug te vorderen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van appellant tot terugvordering van te veel betaalde loonsuppletie.