ECLI:NL:CRVB:2006:AX3991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en ingangsdatum WAZ-uitkering
Betrokkene ontving van 1976 tot 1989 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten, die werd ingetrokken toen hij als directeur van zijn eigen bedrijf inkomsten verwierf. Na faillissement in 1998 schreef hij zich in als werkzoekende. Het Arbeidsbureau vroeg een reïntegratievisie en beoordeling arbeidsgehandicaptheid aan bij de rechtsvoorganger van het UWV. In 2002 kende het UWV een WAZ-uitkering toe met ingang van 6 augustus 2001, vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid.
Betrokkene stelde zich volledig arbeidsongeschikt en betwistte de passende functies en ingangsdatum. De rechtbank oordeelde dat de melding van het Arbeidsbureau in 1998 als aanvraag moest worden gezien, maar het UWV stelde dat dit slechts een verzoek om beoordeling was. De Raad oordeelt dat de melding geen aanvraag was en bevestigt dat de uitkering niet eerder dan een jaar voor de aanvraagdatum kan ingaan, tenzij sprake is van een bijzonder geval, wat hier niet is aangetoond.
De Raad acht de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen juist, inclusief de selectie van passende functies. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.