ECLI:NL:CRVB:2006:AY8821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum Wajong-uitkering niet eerder dan één jaar voor aanvraagdatum bevestigd
Appellant had meerdere keren eerder een aanvraag voor een uitkering ingediend bij de gemeente en het CWI, maar deze aanvragen betroffen bijstandsuitkeringen en niet expliciet een aanvraag voor een Wajong-uitkering.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum dan één jaar voor de aanvraag rechtvaardigen. Appellant stelde dat de gemeente ten onrechte zijn aanvraag niet had doorgezonden naar het UWV en dat het UWV al sinds 1998 op de hoogte was van zijn situatie via gesprekken met zijn vader.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat uit de stukken niet blijkt dat appellant bij eerdere aanvragen duidelijk een Wajong-uitkering heeft beoogd. Er bestaat geen doorzendverplichting van de gemeente naar het UWV. Ook het feit dat de vader van appellant de situatie ter sprake bracht in het kader van zijn WAO-uitkering kan niet als bijzondere omstandigheid gelden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering niet eerder kan ingaan dan één jaar voor de datum van de aanvraag.