ECLI:NL:CRVB:2006:AX4366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en passende functies bij WAO-uitkering
Betrokkene viel sinds september 1999 uit wegens hoofd- en nekklachten en werkte als voorman schoonmaker in WSW-verband. Appellant, het UWV, weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na een deskundigenrapport en aanpassing van de belastbaarheid werd een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld, maar de rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar passend werk binnen WSW.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek naar passend werk binnen WSW niet verplicht was en bracht een nieuw besluit uit waarin betrokkene werd ingedeeld in de klasse 15-25%. De Raad liet betrokkene kiezen om dit nieuwe besluit mee te nemen in de beoordeling. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en concludeerde dat betrokkene geschikt is voor functies in het vrije bedrijf, zoals samensteller en printplatenmonteur.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende had aangetoond dat het oordeel van appellant onjuist was en bevestigde de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard met bevestiging van de arbeidsongeschiktheidsklasse 15-25%.