ECLI:NL:CRVB:2006:AX4436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als sectorassistente in de gezondheidszorg, viel op 14 december 1998 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 30 oktober 2001 vast dat zij niet in aanmerking komt voor een WAO-uitkering omdat haar verlies aan verdienvermogen minder dan 15% bedraagt. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door de rechtbank en vervolgens in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
De Raad baseerde zich op medische rapporten van de behandelend psychiater en een aangepast belastbaarheidspatroon opgesteld door de bezwaarverzekeringsarts. Appellante bracht geen nieuwe medische stukken in hoger beroep in en verzocht vergeefs om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad achtte de vastgestelde beperkingen juist en vond dat appellante in staat is de passende functies te vervullen.
De arbeidskundige schatting werd eveneens als correct beoordeeld. De vergelijking tussen het maatmaninkomen en het potentiële loon uit passend werk leidde tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WAO-uitkering ontvangt wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.