ECLI:NL:CRVB:2006:AX4869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-overgangsvoordelen aan appellant met buitenlandse woonplaatsen
Appellant, met de Amerikaanse nationaliteit en woonachtig in de Verenigde Staten sinds 1965, vorderde in hoger beroep toekenning van AOW-overgangsvoordelen. Hij stelde dat zijn verblijf in de VS gelijkgesteld moest worden aan Nederland en dat hij op basis van zijn WAO-uitkering als AOW-verzekerd moest worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor overgangsvoordelen, waaronder de eis van zes jaar verblijf na het 59e levensjaar in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba. De gelijkstelling van verblijf in de VS met Nederland geldt niet voor deze eis. Daarnaast was appellant niet als verzekerde aan te merken voor de AOW in de periode 1 januari 1957 tot 14 februari 1957, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt toen in Nederland te wonen of werken.
Ten aanzien van de periode vanaf 1 november 1990 tot 24 september 2002, waarin appellant een WAO-uitkering ontving, werd geoordeeld dat hij niet als AOW-verzekerde kon worden aangemerkt omdat de WAO-uitkering werd toegekend terwijl hij al in de VS woonde en hij tevens een Amerikaanse uitkering ontving.
De Raad bevestigde het bestreden besluit van de Sociale verzekeringsbank en wees het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt bevestigd.