ECLI:NL:CRVB:2006:AX6076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde keuze voor voorrang WAZ bij samenloop WAO-WAZ-uitkeringen
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle die het besluit vernietigde waarbij aan een werkneemster een WAO-uitkering werd toegekend en waarbij het UWV de resterende verdiencapaciteit primair toerekende aan de WAZ-uitkering. De werkneemster was zowel in loondienst als zelfstandig belastingadviseur werkzaam geweest.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het beleid uit het Besluit samenloop WAO en WAZ onjuist had toegepast, omdat er geen sprake was van gelijktijdige aanspraken op beide uitkeringen en de gehanteerde berekeningswijze niet overeenkwam met de feitelijke situatie. Het UWV voerde in hoger beroep aan dat het beleid juist was toegepast en dat analoge toepassing van het besluit passend was.
De Raad stelt vast dat het UWV voldoende heeft toegelicht dat de werkneemster gedurende 15 uur per week als zelfstandige werkzaam was, ook kort voor haar ziekte. Echter, de keuze om de WAZ voorrang te geven is onvoldoende gemotiveerd, mede omdat het beleid niet duidelijk is toegelicht en geen rekening is gehouden met belangen van derden zoals de werkgever.
De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen uit deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van de werkgever in hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.