ECLI:NL:CRVB:2006:AX6291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die bij besluit van 23 april 1999 per 1 september 1999 werd herzien en verlaagd van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onjuist was, mede onderbouwd met rapporten van behandelend artsen.
De rechtbank stelde dat er verschil van inzicht was tussen verzekeringsartsen en dat onvoldoende rekening was gehouden met informatie van behandelend psychiaters. De rechtbank benoemde deskundigen Brandsteder en Nabarro die concludeerden dat betrokkene vanwege een depressieve stoornis en visusvermindering niet in staat was 38 uur per week te werken. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad volgde de onafhankelijke deskundigen en oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de psychische beperkingen en urenbeperking. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Tevens werd het griffierecht vastgesteld.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.