ECLI:NL:CRVB:2006:AX6493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering bij verblijf in het buitenland wegens ziekte
Appellant was sinds 1 april 2001 in dienst als administrateur en meldde zich op 26 november 2002 ziek met psychische klachten. Van maart tot augustus 2003 verbleef hij in Senegal bij familie voor herstel. De arbeidsovereenkomst werd op 26 juni 2003 ontbonden. Appellant vroeg op 10 september 2003 een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde deze omdat hij niet voldeed aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken in de referteperiode.
Het UWV verlengde de referteperiode slechts met de periode van ziekte in Nederland, niet met de verblijfperiode in Senegal, omdat het verblijf mede een zelfstandige reden was voor het niet werken. De rechtbank bevestigde dit standpunt en wees het beroep af. Appellant stelde in hoger beroep dat het verblijf in Senegal onderdeel was van zijn arbeidsongeschiktheid en dus meegeteld moest worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke uitzondering in artikel 17a WW restrictief moet worden uitgelegd en dat het verblijf in Senegal als zelfstandige reden geldt voor het niet werken. Hierdoor werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; verblijf in het buitenland telt niet mee voor referteperiode WW-uitkering.