ECLI:NL:CRVB:2006:AX6525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens te hoge betaling
Appellante ontving sinds september 2000 een WW-uitkering, die na het bereiken van de maximale duur van het loongerelateerde deel werd omgezet in een vervolguitkering op basis van het wettelijk minimumloon. Vanaf februari 2002 werkte zij gedeeltelijk, maar gaf niet altijd duidelijk aan op haar werkbriefjes hoeveel uren zij werkte. Hierdoor ontving zij een te hoge WW-uitkering.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde het teveel betaalde bedrag van € 8.834,94 netto terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij de werkbriefjes altijd naar waarheid had ingevuld en dat zij niet verantwoordelijk was voor de onjuiste verwerking door het Uwv. Ook stelde zij dat zij niet was gehoord over het voornemen tot herziening. De Raad oordeelde dat het voor appellante redelijkerwijs duidelijk was dat zij een te hoge uitkering ontving en dat zij wel degelijk gelegenheid had gehad haar bezwaren te uiten tijdens de hoorzitting.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens zag de Raad geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de te hoog betaalde WW-uitkering en wijst het hoger beroep af.