ECLI:NL:CRVB:2006:AX6539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod op tolkwerkzaamheden binnen eigen politieregio en korps
Appellant was van 1994 tot 1999 werkzaam bij het politiekorps Rotterdam-Rijnmond en verrichtte daarnaast tolk- en vertaalwerkzaamheden voor politie en justitie. In 1997 werd hem medegedeeld dat tolkwerkzaamheden binnen het regiokorps niet langer wenselijk waren en werden beëindigd, zonder uitzondering voor appellant. De rechtbank verklaarde dit besluit in 1999 deels gegrond, maar de Korpsbeheerder herzag het besluit in 2000 en handhaafde het verbod op tolken voor het korps, terwijl vertaalwerkzaamheden en tolken voor justitie werden toegestaan.
Appellant stelde beroep in tegen het handhaven van het verbod. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat de Korpsbeheerder binnen zijn discretionaire beleidsruimte bleef door het verbod te handhaven, gelet op de mogelijke schijn van rolvermenging bij verhoren en integriteitsrisico's. Ook het onderscheid tussen tolken voor het korps en voor justitie werd als redelijk beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het feit dat tolken voor justitie wel werd toegestaan, niet betekent dat tolken voor het korps ook had moeten worden toegestaan. De context van tolken voor justitie kan immers verschillen van die voor het korps. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verbod op het verrichten van tolkwerkzaamheden binnen het eigen politieregio en korps wordt bevestigd.