ECLI:NL:CRVB:2006:AX6778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buiten behandeling stelling WWB-aanvraag wegens ontbreken noodzakelijke gegevens
Betrokkene diende op 25 mei 2004 een aanvraag in voor gezinsbijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Helmond stelde de aanvraag op 29 juli 2004 buiten behandeling vanwege het niet tijdig aanleveren van aanvullende gegevens. Tevens werden voorschotten teruggevorderd. Na bezwaar verklaarde de gemeente het bezwaar ongegrond, stellende dat onvoldoende duidelijkheid was verschaft over de voorafgaande periode, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de gemeente een nieuw besluit moest nemen. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de voorzieningenrechter en oordeelde dat betrokkene voldoende medewerking had verleend door de noodzakelijke gegevens te verstrekken. De Raad stelde vast dat de gemeente geen concrete aanwijzingen had dat betrokkene beschikte over middelen die bijstandsverlening in de weg stonden.
De Raad benadrukte dat het bestuursorgaan gerechtigd en zelfs verplicht is om nader onderzoek te doen bij twijfel, maar dat in dit geval de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat verificatie van de verstrekte gegevens onmogelijk was. Omdat de gemeente inmiddels met ingang van 25 mei 2004 bijstand had verleend en voorschotten had verrekend, was geen verdere actie nodig. De Raad veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.