ECLI:NL:CRVB:2006:AX6788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht tegemoetkoming studiekosten op grond van Wtos
Appellante, woonachtig in Nederland sinds 2000, vroeg een tegemoetkoming in studiekosten (VO18+-toelage) aan vanaf de maand waarop zij er recht op had. De IB-groep kende deze toe vanaf 1 juli 2003, waarna de rechtbank Dordrecht het beroep van appellante ongegrond verklaarde omdat geen aanleiding bestond voor toepassing van de hardheidsclausule van artikel 11.4 Wtos.
In hoger beroep herhaalde appellante haar argumenten, waaronder het ontbreken van informatieverstrekking door de IB-groep over de tegemoetkoming bij het bereiken van 18 jaar, foutieve informatie in de schoolgids en de stelling dat sprake was van een onbillijkheid van overwegende aard. De Raad oordeelde dat niet was gebleken dat de weigering tot terugwerkende kracht onbillijk was en dat de IB-groep niet verplicht is iedere leerling persoonlijk te informeren.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en voegde toe dat het feit dat andere regelingen wel terugwerkende kracht kennen, geen ander oordeel rechtvaardigt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende kracht bij de tegemoetkoming studiekosten wordt bevestigd.