ECLI:NL:CRVB:2006:AX7380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijzigingsbesluit WAO-uitkering ondanks bezwaar over medisch onderzoek
Appellante, voormalig secretaresse, ontving een WAO-uitkering vanaf 9 oktober 2000 met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Het UWV trok deze uitkering per 6 maart 2002 in, maar stelde deze bij een wijzigingsbesluit van 14 maart 2003 vast op 65 tot 80%. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onvolledig was en dat diens vaststelling van haar belastbaarheid onvoldoende was onderbouwd.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts wel degelijk een zelfstandig en deugdelijk oordeel heeft gevormd, mede op basis van rapportages van behandelend medici en eigen aanvullingen op het standaardformulier. Er was geen bewijs dat de arts bestaande medische opvattingen had miskend of onvoldoende had gemotiveerd.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen die het bezwaar van appellante ongegrond had verklaard. Tevens oordeelde de Raad dat appellante geen hoger beroep had ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit van 28 november 2000 en dat haar grieven over de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum niet aan de orde konden komen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 mei 2006, waarbij appellante niet aanwezig was en het UWV werd vertegenwoordigd door een raadsman.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het wijzigingsbesluit van het UWV en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.