ECLI:NL:CRVB:2006:AX7801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering na bezwaarprocedure
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering vanaf 5 januari 1998 niet uit te betalen, de uitkering per 5 januari 2001 in te trekken en de onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen. De rechtbank had het beroep op bezwaar ongegrond verklaard, en appellant betwistte dit in hoger beroep.
De Raad voor de Rechtspraak heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO door het UWV rechtmatig was en dat appellant onvoldoende had voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding van de terugvordering, zoals gesteld in artikel 57, tweede lid, onder d, van de WAO.
De Raad benadrukte dat het conservatoir beslag op goederen van appellant geen aanbod tot aflossing vormt en dat het UWV niet bevoegd is om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep is daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.