ECLI:NL:CRVB:2006:AX8401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes en premiecorrecties wegens fraude bij verhuisbedrijf
Appellant exploiteerde een verhuisbedrijf en werd onderzocht door het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam Rotterdam. Dit onderzoek toonde aan dat appellant meer personeel had ingezet dan bij het UWV was aangemeld en dat een deel van de omzet niet was verantwoord.
Naar aanleiding hiervan werden premiecorrecties en boetes opgelegd over de jaren 1998 tot en met 2000. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer strijd met het vertrouwensbeginsel en artikel 6 EVRM Pro aan, en betwistte de feiten waarop de boetes waren gebaseerd.
De Raad oordeelde dat geen sprake was van een geldige toezegging die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt en dat de redelijke termijn niet was overschreden. De schattingen van het UWV waren gebaseerd op betrouwbare verklaringen en een redelijke inschatting van het aantal personeelsleden per verhuizing.
Het beroep van appellant werd verworpen, waarbij de Raad bevestigde dat sprake was van opzet of grove schuld en omvangrijke fraude. Matiging van de boetes werd niet toegestaan. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en boetes en premiecorrecties worden bevestigd.