ECLI:NL:CRVB:2006:AX8402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Herziening Ziektewetuitkering en vaststelling dagloon met terugwerkende kracht
De zaak betreft een geschil over de herziening van een Ziektewetuitkering en de vaststelling van het dagloon van gedaagde met terugwerkende kracht tot 9 oktober 2001. De rechtbank Breda had geoordeeld dat de herziening van de uitkering met terugwerkende kracht onterecht was, omdat het voor gedaagde niet redelijkerwijs duidelijk was dat het dagloon te hoog was vastgesteld op die datum.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde echter dat gedaagde vanaf 16 mei 2002 redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de uitkering onjuist was, mede omdat zij toen de eerste betalingen ontving en telefonisch contact opnam met het UWV. De Raad overwoog dat de Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen bepaalt dat een herziening met terugwerkende kracht mogelijk is vanaf het moment dat het voor de belanghebbende duidelijk was dat de uitkering ten onrechte of te hoog werd verstrekt.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had getoetst of het dagloon te hoog was vastgesteld, in plaats van of het voor gedaagde duidelijk was dat zij ten onrechte te veel uitkering ontving. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond, waarmee de herziening van de uitkering met terugwerkende kracht per 9 oktober 2001 werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de Ziektewetuitkering met terugwerkende kracht tot 9 oktober 2001 wordt bevestigd en het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard.