ECLI:NL:CRVB:2001:AB1440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te hoge WAO-uitkering ondanks financiële moeilijkheden appellant
Appellant ontving een WAO-uitkering die te hoog was vastgesteld doordat geen rekening was gehouden met zijn deeltijdfactor van 9,68%. Na correctie door het uitvoeringsorgaan werd een bedrag van f. 16.293,62 teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij pas laat geïnformeerd werd over de fout en dat hij door de te hoge uitkering extra uitgaven had gedaan, wat volgens hem dringende redenen vormde om terugvordering te voorkomen.
De Raad overwoog dat appellant, gezien zijn deeltijdfactor en het bruto fulltime loon, had moeten begrijpen dat de uitkering te hoog was. Ook de mededelingen van medewerkers van het uitvoeringsorgaan konden niet als rechtens te honoreren verwachtingen worden gezien omdat deze medewerkers zelf van verkeerde gegevens uitgingen.
De Raad bevestigde dat het uitvoeringsorgaan terecht het besluit tot toekenning van de uitkering heeft herzien en de teveel betaalde bedragen heeft teruggevorderd. De financiële situatie van appellant, ontstaan door extra uitgaven na toekenning van de te hoge uitkering, vormde geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de te hoge WAO-uitkering van f. 16.293,62 wordt bevestigd ondanks de financiële situatie van appellant.