ECLI:NL:CRVB:2006:AX8451

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/4677, 05/4679 AW en 05/4680 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening salarisschaal en herstel toelage ambtenaren

Appellanten kwamen in beroep tegen besluiten van Gedeputeerde Staten van Zeeland waarin hun salarisschaal werd herzien en een eerder ingetrokken toelage werd hersteld. De rechtbank had de beroepen van appellanten afgewezen, maar de Raad oordeelde dat de besluiten primaire besluiten waren waartegen eerst bezwaar had moeten worden gemaakt. Hierdoor had de rechtbank de beroepen moeten doorzenden naar Gedeputeerde Staten voor behandeling als bezwaarschrift.

De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op appellanten, met uitzondering van de veroordeling tot vergoeding van griffierecht. Tevens veroordeelde de Raad Gedeputeerde Staten tot betaling van proceskosten aan appellanten, inclusief een vergoeding voor reiskosten van één appellant.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2006, na behandeling van de zaken op 13 april 2006. De Raad bepaalde ook dat de provincie Zeeland aan elk van de appellanten een deel van het griffierecht in eerste aanleg en hoger beroep moest vergoeden.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze appellanten betreft en Gedeputeerde Staten worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.

Uitspraak

05/4677, 05/4679 AW en 05/4680 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op de hoger beroepen van:
[appellant 1], wonende te [woonplaats],
[appellant 2], wonende te [woonplaats], en
[appellant 3], wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 29 april 2005, nrs. 04/463 t/m 04/466, 04/468, 04/470 t/m 04/472, 04/474 t/m 04/484, 04/486 t/m 04/497 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen
appellanten
en
Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland (hierna: Gedeputeerde Staten)
Datum uitspraak: 24 mei 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Gedeputeerde Staten hebben een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met 33 gedingen over hetzelfde onderwerp, plaatsgevonden op 13 april 2006.
[appellant 2] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. B.H. Vader, advocaat te Oost-Souburg, die tevens als gemachtigde is verschenen van de andere appellanten. Gedeputeerde Staten hebben zich laten vertegenwoordigen door
mr. L.S. van Loon, advocaat te 's-Hertogenbosch, en mr. R.V. Koper, werkzaam bij de provincie Zeeland.
Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. Thans wordt uitspraak gedaan in de zaken betreffende appellanten.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellanten zijn bij de rechtbank in beroep gekomen tegen besluiten van Gedeputeerde Staten van 15 juni 2004 waarbij hun inpassing in salarisschaal 12 vanaf 1 januari 1996 is herzien en de eerder ingetrokken toelage onregelmatige dienst is hersteld.
2. Bij de aangevallen uitspraak zijn deze besluiten vernietigd, omdat appellanten niet behoorden tot degenen voor wie Gedeputeerde Staten uit hoofde van de opdracht in 's Raads uitspraak van 10 april 2003, nrs. 02/1005 AW enz. en
02/4371 AW enz., nieuwe besluiten moesten nemen.
3. De vorengenoemde omstandigheid bracht, anders dan de rechtbank heeft overwogen, mee dat de bestreden besluiten primaire besluiten waren waartegen appellanten bezwaar hadden moeten maken. De rechtbank had de beroepen van appellanten dus met toepassing van artikel 6:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht moeten doorzenden naar Gedeputeerde Staten om deze te laten behandelen als bezwaarschrift.
4. De Raad zal de aangevallen uitspraak dus vernietigen voorzover deze betrekking heeft op appellanten, behoudens voorzover het betreft de veroordeling tot vergoeding van griffierecht en de Raad zal doen hetgeen de rechtbank zou behoren te doen.
5. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding Gedeputeerde Staten op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellanten in hoger beroep tot een bedrag van € 53,30 per persoon wegens kosten van rechtsbijstand (de gewichtsfactor wordt als licht aangemerkt) en voor appellant Vermont € 36,06 aan reiskosten in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak, voorzover deze betrekking heeft op appellanten en behoudens voor zover het betreft de griffierechtveroordeling;
Veroordeelt Gedeputeerde Staten in de proceskosten van appellanten, zoals in rubriek II onder 5. is overwogen, te betalen door de provincie Zeeland;
Bepaalt dat de provincie Zeeland aan elk van de appellanten het aandeel in het griffierecht in eerste aanleg en in hoger beroep ten bedrage van (€ 343,- : 36) € 9,52 vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en A. Beuker-Tilstra en G.F. Walgemoed als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2006.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) P.W.J. Hospel.