ECLI:NL:CRVB:2006:AX8479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die na een ongeval in 1994 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, kreeg deze uitkering ingetrokken per 18 april 2003 omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met een urenbeperking en dat medische rapportages onjuist waren geïnterpreteerd.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen nieuwe argumenten aanvoerde die tot een ander oordeel konden leiden dan dat van de rechtbank. De medische rapportages, waaronder die van de verzekeringsarts en de neuroloog, toonden aan dat appellant belastbaar was voor acht uur per dag en geschikt was voor de voorgestelde functies. Er was geen medische basis voor een urenbeperking. Het rapport van de neuroloog bevestigde dat beperkingen voortkwamen uit het eerste ongeval en dat er geen neurologische afwijkingen waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van partijen, en de beslissing werd op 9 juni 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt is voor meer dan 15%.