ECLI:NL:CRVB:2006:AX8497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens ontbreken voldoende arbeidskundige grondslag in WAO-uitkering
Appellante viel op 19 november 2001 uit met psychische en armklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering op 12 november 2002, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn na afloop van de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voert appellante zowel medische als arbeidskundige grieven aan.
De Raad constateert dat het UWV het bestreden besluit niet handhaaft wegens het ontbreken van een voldoende arbeidskundige grondslag, waardoor het besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd. De Raad benadrukt dat dit niet automatisch recht op WAO-uitkering betekent, omdat het UWV een nieuw besluit moet nemen.
Ten aanzien van de medische beoordeling oordeelt de Raad dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld. De verzekeringsarts vroeg aanvullende informatie op en besloot uiteindelijk dat een psychiatrische expertise niet noodzakelijk was. Appellante heeft geen tegenstrijdige medische gegevens overgelegd, zodat de medische grondslag niet wordt betwijfeld.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante, begroot op €1.288,-, en bepaalt dat het betaalde griffierecht van €133,- wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer op 9 juni 2006.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens het ontbreken van een voldoende arbeidskundige grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.