ECLI:NL:CRVB:2006:AX8564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid na ernstig plichtsverzuim en disfunctioneren
Appellant was sinds 1980 in dienst van de gemeente Breda en werd in 1999 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, namelijk het lozen van mogelijk vervuild water in strijd met voorschriften. Dit ontslag werd in 2002 vernietigd wegens disproportionaliteit van de straf, waarna het College een nieuw besluit nam tot eervol ontslag wegens ongeschiktheid voor de functie.
De Raad overwoog dat appellant langdurige gedragsproblemen vertoonde, waaronder een agressieve houding, het niet naleven van interne regels en het niet functioneren binnen de hiërarchie. Ondanks meerdere waarschuwingen en een laatste kans in maart 1998, verbeterde appellant niet. Het ernstige plichtsverzuim in november 1998 maakte duidelijk dat appellant niet in staat was zijn functioneren te verbeteren.
Appellant voerde aan dat hij mocht vertrouwen op herstel van het dienstverband en dat het ontslag onterecht was, maar de Raad verwierp deze stellingen. Het College handhaafde terecht de oorspronkelijke ontslagdatum en het ontslag was gegrond op redelijke gronden. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat appellant geen materiële of immateriële schade aannemelijk had gemaakt en het ontslag rechtmatig was op basis van ongeschiktheid.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.