ECLI:NL:CRVB:2006:AX8604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen voorlopige voorziening bij ongeschiktheidsontslag
De zaak betreft het hoger beroep van het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer tegen uitspraken van de voorzieningenrechter die een voorlopige voorziening troffen en deze niet wijzigden. Betrokkene was ambtenaar die onvoorwaardelijk strafontslag en subsidiair ontslag wegens ongeschiktheid kreeg opgelegd.
De voorzieningenrechter had het besluit van 31 mei 2005, waarin het ontslagbesluit werd gehandhaafd maar de ingangsdatum van het ongeschiktheidsontslag werd aangepast, geschorst tot de uitspraak in de bodemprocedure. Het bestuur stelde dat het appèlverbod van artikel 18, tweede lid, Beroepswet niet van toepassing was omdat fundamentele rechtsbeginselen waren geschonden, met name de motiveringsplicht en rechtszekerheid.
De Centrale Raad overwoog dat het appèlverbod geldt voor uitspraken als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, Awb en dat doorbreking alleen mogelijk is bij evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen. De Raad vond geen grond voor doorbreking, mede omdat de voorlopige voorziening slechts een voorlopig oordeel inhoudt en de beoordeling in de bodemprocedure zal plaatsvinden.
Ook de onduidelijkheid over de rechtsgevolgen van de voorlopige voorziening werd niet als schending gezien, aangezien het ontslagbesluit pas in werking treedt na bezwaarbeslissing. De Raad verklaarde zich daarom onbevoegd het hoger beroep te behandelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen wegens het appèlverbod.