ECLI:NL:CRVB:2006:AX8679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks psychische problematiek appellant
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 20 april 1998 te herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medische onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd en dat de informatie van de behandelend psychiater in Marokko niet relevant was voor de datum in geding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische problematiek. Hij overhandigde diverse medische rapporten en verklaringen van artsen en psychiaters, evenals een overzicht van medicijngebruik. Het UWV handhaafde het eerdere oordeel en stelde dat de nieuwe verklaringen geen ander licht wierpen op de situatie per 20 april 1998.
De Raad concludeerde dat de rechtbank geen onjuist oordeel had gegeven over de rechtmatigheid van het besluit. De medische stukken dateren na de datum in geding en bevatten geen aanwijzingen dat het UWV een onjuist of onvolledig oordeel had gegeven over de beperkingen van appellant op de relevante datum. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.