ECLI:NL:CRVB:2006:AX8693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen gedeeltelijke toekenning fysiotherapievergoeding
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer, had jarenlang een vergoeding voor fysiotherapie ontvangen vanwege psychosomatische rugklachten gerelateerd aan zijn vervolging. In november 2004 vroeg hij een vergoeding aan voor fysiotherapie tot 24 behandelingen per jaar gedurende vijf jaar. Deze aanvraag werd door verweerster afgewezen omdat de klachten volgens haar somatisch en niet causaal waren.
Na bezwaar verklaarde verweerster het bezwaar gedeeltelijk gegrond en kende appellant een vergoeding toe voor maximaal 24 behandelingen per jaar over twee opeenvolgende jaren, maar niet voor de door appellant gevraagde periode van vijf jaar. Appellant maakte hiertegen beroep.
De Raad oordeelt dat appellant geen procedureel belang meer heeft bij het beroep omdat het besluit van 29 juli 2005 is ingetrokken en hij de gevraagde voorziening conform de gebruikelijke norm is toegekend. Ook is de aankondiging van een evaluatie bij een vervolgaanvraag geen besluit in de zin van de Awb. Daarom verklaart de Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procedureel belang.