ECLI:NL:CRVB:2006:AX8703
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als oorlogsvervolgingsgetroffene wegens ontbreken vervolging in wettelijke zin
Appellante, geboren in 1937 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij gaf aan dat zij en haar familie tijdens de Japanse bezetting in verschillende kampen verbleven en dat zij hierdoor lichamelijke en psychische klachten heeft opgelopen.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De kampen waarin appellante verbleef, Shamrock en Tuindorp, worden niet erkend als kampen waar sprake was van vrijheidsberoving met permanente bewaking zoals bedoeld in de Wet. Bovendien konden deze kampen min of meer vrijelijk worden verlaten.
De Raad concludeerde dat hoewel appellante moeilijke tijden heeft doorgemaakt, de Wet alleen compensatie biedt aan personen die vervolging in de wettelijke zin hebben ondergaan. Gezien het ontbreken van bewijs voor dergelijke vervolging, hield de Raad het bestreden besluit in stand en verklaarde het beroep ongegrond.
Verder werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 juni 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat zij vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.