ECLI:NL:CRVB:2006:AX8718

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/5504 NABW-herziening
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.M.A. van der Kolk-Severijns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening inzake bijstand en studiefinanciering echtgenote

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 28 juni 2005, waarin de Raad de rechtbankuitspraak bevestigde over de vraag of de studiefinancieringsinkomsten van de echtgenote van verzoeker in aanmerking moesten worden genomen bij de vaststelling van de bijstand.

De Raad stelt vast dat de feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoert, alle dateren van vóór de eerdere uitspraak en reeds materieel aan de orde zijn geweest in de eerdere procedure. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die redelijkerwijs niet bekend konden zijn en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Daarom is het verzoek om herziening niet ontvankelijk en wordt het afgewezen. De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns en uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2006.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

05/5504 NABW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Raad van 28 juni 2005, 03/4704,
in het geding tussen:
verzoeker
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray (hierna: College)
Datum uitspraak: 13 juni 2006
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 juni 2005, 03/4704.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 1 mei 2006, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Bij de uitspraak van 28 juni 2005 heeft de Raad in hoger beroep de door verzoeker bestreden uitspraak van de rechtbank Roermond van 14 augustus 2003, 2003/242, bevestigd. Partijen verschilden van mening over de vraag in hoeverre de inkomsten uit studiefinanciering van de echtgenote van verzoeker in aanmerking moesten worden genomen bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand van verzoeker.
De Raad stelt vast dat hetgeen verzoeker in zijn verzoekschrift omtrent de uitspraak van 28 juni 2005 heeft aangevoerd, niet kan worden aangemerkt als feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. De feiten en omstandigheden waarop verzoeker zich beroept dateren alle van vóór die uitspraak en zijn in de procedure die tot de uitspraak heeft geleid - materieel - ook aan de orde geweest. Er is derhalve geen sprake van feiten of omstandigheden die bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren.
Wat verzoeker met het verzoek om herziening in wezen beoogt, is het ter discussie stellen van de juistheid van de uitspraak van 28 juni 2005. Daarvoor is het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening echter niet bedoeld.
Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2006.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) M. Pijper.
RB0905