ECLI:NL:CRVB:2016:646
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening pensioenuitspraak ABP wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend van een eerdere uitspraak uit 2013 betreffende zijn pensioenuitkering door het ABP. Het geschil betreft de juiste berekening van het pensioen en de bevoegdheid van het bestuursorgaan dat het besluit nam. De Raad heeft eerder geoordeeld dat het besluit van de Commissie van Beroep onbevoegd was genomen, maar dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand konden blijven.
Verzoeker stelde dat het besluit niet rechtsgeldig tot stand was gekomen omdat het niet was geparafeerd door de leden van de Commissie en dat er geen bekrachtiging door het bestuur was. Tevens voerde hij aan dat de Raad ten onrechte had aangenomen dat hij over de gehele periode van 1981 tot 1986 als ambtenaar was aangemerkt, terwijl hij dit had beperkt tot 1985-1986.
De Raad oordeelt dat het verzoek om herziening niet kan worden ingewilligd omdat de aangevoerde gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals vereist in artikel 8:119 Awb Pro. Het verzoek betreft in feite een hernieuwde discussie over de juistheid van de eerdere uitspraak, wat niet is toegestaan. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de pensioenuitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.