ECLI:NL:CRVB:2006:AX8729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens verblijfplaats op schip met vaste ligplaats in andere gemeente
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 1 januari 2004 en gaf als correspondentieadres het adres van zijn moeder op. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes wees de aanvraag af omdat appellant niet op het opgegeven adres verbleef, maar feitelijk woonde op een schip met vaste ligplaats in de gemeente Liesveld.
Appellant voerde aan dat hij rondvaartschipper is en zijn domicilie in de gemeente Goes heeft, maar het College handhaafde het besluit op grond van artikel 40 WWB Pro, dat het recht op bijstand afhankelijk stelt van de woonplaats zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de woonplaats naar concrete feiten en omstandigheden moet worden vastgesteld en dat appellant door zijn feitelijke verblijf op het schip met vaste ligplaats in Liesveld alleen aanspraak kan maken op bijstand van dat college.
De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt het besluit van afwijzing van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.