ECLI:NL:CRVB:2006:AX8802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding kosten laseren ogen op grond van ZFW
Appellant verzocht vergoeding van de kosten voor een ooglaserbehandeling bij Stichting Ziekenfonds VGZ, welke werd afgewezen wegens onvoldoende medische indicatie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het ontbreken van een hoorplicht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de visusstoornis volgens VGZ met een bril voldoende te corrigeren was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad oordeelde dat op grond van artikel 2a, eerste lid, van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering (Vb) de aanspraak op vergoeding alleen geldt indien de behandeling doelmatig en noodzakelijk is. Uit medische verklaringen bleek dat appellant met een bril normaal kan functioneren en niet medisch aangewezen is op laseren.
De Raad verwierp het beroep op het vertrouwenbeginsel en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee de afwijzing van de vergoeding definitief bleef staan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van het laseren van zijn ogen.