ECLI:NL:CRVB:2006:AX8854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over dagloonvaststelling en wettelijke rente bij WAO-uitkering
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en kreeg in 1981 een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. In 2002 verzocht hij om verhoging van het dagloon vanwege onder meer pensioen- en vakantietoeslagen, en om vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. De rechtbank wees het verzoek tot verhoging af, maar oordeelde dat het UWV onrechtmatig had gehandeld door geen wettelijke rente te vergoeden vanaf de aanmaningsdatum.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het UWV bevoegd is terug te komen op een onherroepelijk besluit, maar dat appellant bewijs moet leveren voor zijn stellingen. Omdat appellant geen bewijs leverde voor het ontvangen van de toeslagen, kon die niet worden meegenomen. De Raad onderschrijft dat wettelijke rente pas na aanmaning verschuldigd is en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat het UWV slechts in beperkte gevallen eerder rente betaalde door fouten.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en acht geen reden voor proceskostenveroordeling. Het UWV wordt geacht binnen afzienbare termijn uitvoering te geven aan de uitspraak, met aandacht voor rente over rente.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.