ECLI:NL:CRVB:2005:AU0008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering tot herziening WAO-dagloon en vergoeding wettelijke rente
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin werd geweigerd het WAO-dagloon te herzien en wettelijke rente te vergoeden over nabetalingen. Hij stelde dat toeslagen zoals pensionkostentoeslag, reiskostentoeslag voor een vakantiereis naar het land van herkomst, zes extra reisdagen en extra vakantiedagen ten onrechte niet in het dagloon waren meegenomen.
De Raad stelde vast dat de besluiten van het UWV, waaronder de vaststelling van het dagloon per 4 november 1986 en de daaropvolgende indexeringen, rechtmatig waren. De zes extra reisdagen en extra vakantiedagen werden niet als extra loon beschouwd, en appellant leverde geen bewijs dat hij bepaalde toeslagen daadwerkelijk had ontvangen. De verzoeken tot vergoeding van wettelijke rente over perioden vóór 25 mei 2001 werden afgewezen, mede omdat het UWV slechts vanaf die datum aansprakelijk was voor rentevergoeding.
De Raad benadrukte dat eerdere besluiten die in rechte onaantastbaar zijn geworden, slechts onder strikte voorwaarden kunnen worden herzien. Appellant had onvoldoende bewijs geleverd om de eerdere besluiten te betwisten. De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken bevestigd moeten worden en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van het WAO-dagloon en de afwijzing van vergoeding van wettelijke rente voorafgaand aan 25 mei 2001.