ECLI:NL:CRVB:2006:AX8889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verzoek terugkomen op bestuursbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep tegen het besluit van het Uwv van 17 oktober 2003 ongegrond verklaarde. Dit besluit handhaafde het eerdere besluit van 16 januari 2002, waarbij het verzoek van appellant om terug te komen op het besluit van 24 december 1998 werd afgewezen.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om terug te komen op een eerder besluit alleen in behandeling kan worden genomen indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd. Appellant heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangedragen die een herziening rechtvaardigen.
De Raad merkt op dat de zoekgeraakte brief van appellant uit 1998, waarin bezwaren werden geuit, niet als nieuw feit kan worden beschouwd. Ook het beroep op eerdere uitspraken van de Raad is niet relevant, omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn.
Daarmee bevestigt de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen op het bestuursbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.