ECLI:NL:CRVB:2010:BM6146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering uitbetaling WW-uitkering franchisenemer
Betrokkene was aanvankelijk werknemer en werd vanaf 1999 franchisenemer, waardoor het UWV besloot dat hij niet meer verzekerd was voor de WW. Na een beleidswijziging in 2007 werden bladenmannen alsnog als werknemers aangemerkt, maar het UWV weigerde de WW-uitkering uit te betalen vanwege het verstrijken van de uitkeringsduur en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met individuele omstandigheden van betrokkene en gaf opdracht tot een nieuw besluit. In hoger beroep stelde het UWV dat het beleid terughoudend getoetst moet worden en dat betrokkene geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het beleid toepaste en dat betrokkene onvoldoende gebruik heeft gemaakt van mogelijkheden om zijn rechten eerder vast te stellen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vermeende ongelijke behandeling berustte op een fout die niet herhaald hoeft te worden.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit eiste, handhaafde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het recht op WW-uitkering niet tot uitbetaling komt en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het een nieuw besluit eist.