ECLI:NL:CRVB:2006:AX8963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onjuiste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 80-100% naar 15-25%, later naar 45-55%. De rechtbank had het besluit van het UWV bevestigd, maar appellante stelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling onjuist was, met name dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet passend waren vanwege overschrijding van haar maximale belastbaarheid.
De Raad onderzocht de medische rapporten en arbeidskundige beoordelingen en concludeerde dat de functies met een urenomvang van 31 uur per week niet passend waren gezien de medische beperking van maximaal 30 uur. De Raad oordeelde dat het UWV nalatig was en dat de schatting onvoldoende was omdat zij gebaseerd was op onvoldoende functiebestandscodes.
Hierdoor vernietigde de Raad zowel het primaire besluit als het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot het betalen van de achterstallige uitkering met wettelijke rente vanaf 1 juni 2001. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige uitkering en proceskosten.