ECLI:NL:CRVB:2003:AF8482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en urenbeperking bij medische parttimer
Eiser, een bedrijfsjournalist die arbeidsongeschikt is volgens de WAO, kreeg zijn uitkering herzien door het UWV op basis van een theoretische schatting van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde functies met markeringen als passend werden aangemerkt en functies had geselecteerd die de medische urenbeperking van eiser overschreden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV niet mag afwijken van de strikt vastgestelde medische urenbeperking bij medische parttimers. Functies die de maximale toegestane werktijd overschrijden, mogen niet worden meegenomen in de beoordeling van de verdiencapaciteit. Tevens ontbrak een deugdelijke motivering voor de geschiktheid van functies met bepaalde functiebelastingmarkeringen.
De Raad oordeelde dat het UWV de medische beperkingen van eiser juist had vastgesteld, maar de toepassing van de bandbreedtemethode en het overleg tussen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige geen reden gaf om functies met een overschrijding van uren toe te passen. Hierdoor was de schatting ontoereikend en moest het UWV een nieuw besluit nemen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ten bedrage van €644.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.