ECLI:NL:CRVB:2006:AX9109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering op basis van tegelzetter als maatman bij arbeidsongeschiktheid
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard en verzocht om een WAO-uitkering. De arbeidsdeskundige stelde vast dat voor de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid moest worden uitgegaan van de functie tegelzetter, omdat appellant zijn laatstelijk uitgeoefende functie als districtsbestuurder nooit volledig had vervuld.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv terecht van de tegelzetter als maatman was uitgegaan, mede vanwege de gebrekkige prestaties en samenwerking van appellant als districtsbestuurder. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen niet juist waren ingeschat en dat de functie van districtsbestuurder in zijn volle omvang had moeten worden meegewogen.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf het begin niet voldeed aan de functie-eisen van districtsbestuurder en dat zijn karakter en vooropleiding hem ongeschikt maakten voor die functie. Ook werd gewezen op een assessment voorafgaand aan zijn indiensttreding. De Raad vond de argumenten van appellant onvoldoende om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de tegelzetter als maatman heeft genomen en dat de resterende verdiencapaciteit van appellant op juiste wijze was vastgesteld. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de tegelzetter als maatman is gekozen en wijst het hoger beroep van appellant af.