ECLI:NL:CRVB:2006:AX9131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht om herziening van een eerder besluit waarbij zijn WAO-uitkering was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening konden rechtvaardigen. De rechtbank Rotterdam bevestigde deze afwijzing en verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar de Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek niet gebaseerd was op nieuwe feiten of omstandigheden zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad benadrukte dat het niet de bedoeling is om een eerdere procedure, die was geëindigd wegens termijnoverschrijding, opnieuw te behandelen.
De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd was om het verzoek zonder nader onderzoek af te wijzen en dat dit niet in strijd was met enige rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.