ECLI:NL:CRVB:2008:BD0838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening in rechte onaantastbaar besluit WW-uitkering
Appellant had in 1997 een WW-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd door appellant ingetrokken. In 2005 verzocht appellant het UWV om terug te komen op het besluit, verwijzend naar nieuwe jurisprudentie, maar dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV het verzoek inhoudelijk had moeten behandelen en dat de jurisprudentie als nova moest worden beschouwd. Tevens stelde appellant dat het gelijkheidsbeginsel en de toepassing van artikel 4:6 Awb Pro discutabel waren.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Jurisprudentie vormt op zichzelf geen grond voor herziening. Het verzoek van appellant voldeed niet aan deze criteria, en het UWV handelde binnen zijn bevoegdheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het in rechte onaantastbare besluit van het UWV wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.