ECLI:NL:CRVB:2006:AX9256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoge eigen bijdrage AWBZ bij duurzaam gescheiden leven tijdens verpleeghuisopname
Betrokkene was vanaf december 1998 opgenomen in verpleeghuis Ten Anker en betaalde aanvankelijk de lage eigen bijdrage op grond van het Bijdragebesluit zorg. Na een aanvraag in december 2001 werd betrokkene door de Sociale verzekeringsbank als duurzaam gescheiden levend aangemerkt en kreeg een AOW-pensioen voor een alleenstaande toegekend. Het Zorgkantoor legde daarop vanaf 1 december 2001 de hoge eigen bijdrage op.
Appellanten, de erven van betrokkene, maakten bezwaar tegen deze beslissing, maar het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat duurzaam gescheiden leven als ongehuwd moet worden beschouwd volgens de AWBZ en het Besluit, en dat de toekenning van het AOW-pensioen voor ongehuwden dit bevestigt.
De Raad oordeelt dat betrokkene en zijn echtgenoot met de aanvraag en toekenning van het AOW-pensioen feitelijk hebben gekozen voor de status van ongehuwd, waardoor de hoge eigen bijdrage van toepassing is. Er is geen sprake van een bijzondere situatie die afwijkt van deze regel, en er is geen gerechtvaardigd vertrouwen op een andere bijdrage vastgesteld. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene terecht de hoge eigen bijdrage verschuldigd is vanaf 1 december 2001 tot overlijden.