ECLI:NL:CRVB:2006:AX9280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening bij UWV
Appellant stelde bezwaar tegen een besluit van het UWV, maar diende dit te laat in. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Appellant voerde aan dat het bezwaar op 27 mei 2003 was verzonden, maar het UWV ontving dit niet. De rechtbank oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat het bezwaar tijdig was verzonden en verwierp het beroep.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad benadrukte dat het op de appellant rust om aan te tonen dat het bezwaar tijdig is verzonden, vooral omdat het niet aangetekend was verzonden en niet bij het UWV was ontvangen. De verklaring van de voormalige accountant van appellant was onvoldoende bewijs voor tijdige verzending.
Verder oordeelde de Raad dat het UWV terecht had afgezien van het horen van appellant op grond van artikel 7:3 Awb Pro, gezien de inhoud van het bezwaarschrift. Er was ook geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.