ECLI:NL:CRVB:2006:AX9568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt zorgvuldige voorbereiding WAO-besluit ondanks rapportagegebrek
Betrokkene was tot april 1990 werkzaam via een uitzendbureau en vertrok daarna naar Marokko, waar hij zich ziek meldde. Diverse medische onderzoeken in Marokko en rapportages van de CNSS gaven inzicht in zijn klachten en arbeidsongeschiktheid. In 2000 weigerde het UWV een WAO-uitkering omdat betrokkene niet 52 weken arbeidsongeschikt was geweest en minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit omdat de CNSS niet specifiek had gerapporteerd over de medische toestand op de relevante datum 19 april 1991, waardoor het besluit niet zorgvuldig zou zijn voorbereid. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV beschikte over voldoende gegevens van de CNSS over de periode mei 1990 tot maart 1991, die adequaat zijn meegenomen.
De Raad stelt dat de verslechtering van de gezondheidstoestand na 1992 niet relevant is voor de beoordeling op 19 april 1991. Ook is er geen aanleiding om de arbeidskundige beoordeling te verwerpen, mede omdat betrokkene in eerste aanleg geen arbeidskundige grieven had ingebracht. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het WAO-besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt gehandhaafd.