ECLI:NL:CRVB:2006:AX9596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand van juli 1997 tot oktober 2003. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem trok de bijstand over september 2003 in vanwege verzwegen inkomsten uit arbeid en vorderde het bedrag van € 892,25 terug. Na bezwaar werd het terug te vorderen bedrag aangepast naar € 720,63, maar het bezwaar werd verder ongegrond verklaard omdat geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren aangevoerd.
Appellante stelde in hoger beroep dat het College had moeten afzien van terugvordering vanwege dringende redenen of bijzondere omstandigheden. Het College hanteerde een beleidsregel die terugvordering voorschrijft tenzij er sprake is van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties, hetgeen incidenteel en uitzonderlijk moet zijn.
De Raad oordeelt dat het College met deze beleidsregel binnen redelijke beleidsruimte blijft en dat schulden van appellante geen dringende reden vormen. De terugvordering is passend vastgesteld met inachtneming van de belastingsvrije voet. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand gelaten en de Raad bevestigt dit oordeel.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand over september 2003 wordt bevestigd omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.