ECLI:NL:CRVB:2006:AX9608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vertraagde WAO-uitkering
Appellant ontving vanaf 18 juni 1999 een WAO-uitkering op basis van 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na melding van overspanning verhoogde het UWV de uitkering per 1 januari 2002 naar 80-100%, maar met aanzienlijke vertraging. Appellant vorderde schadevergoeding voor de vertraging en de gevolgen van het opzeggen van twee levensverzekeringen.
Het UWV kende een vergoeding toe bestaande uit wettelijke rente, maar weigerde vergoeding van pensioenschade. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat volgens vaste rechtspraak de schadevergoeding beperkt is tot de forfaitaire wettelijke rente en dat fiscale of pensioenschade niet apart vergoed wordt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat pensioenschade niet vermijdbaar was en dat de wettelijke rente als fixatie doorbroken kon worden op grond van redelijkheid en billijkheid. De Raad onderschreef echter de eerdere overwegingen en verwees naar jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het wettelijke rentefixum niet door redelijkheid en billijkheid kan worden opzijgezet.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de vertraging onrechtmatig was, maar dat de schadevergoeding beperkt blijft tot de wettelijke rente. De vordering tot aanvullende vergoeding van pensioenschade werd afgewezen.
Uitkomst: De schadevergoeding wegens de vertraagde WAO-uitkering wordt beperkt tot de wettelijke rente; verdere vergoeding wordt afgewezen.