ECLI:NL:CRVB:2006:AX9634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontslag uit militaire dienst wegens bezit en gebruik van harddrugs niet onevenredig
Appellant was beroepsmilitair bij de Koninklijke Luchtmacht en werd ontslagen wegens bezit en gebruik van harddrugs tijdens zijn diensttijd. De rechtbank had het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit in stand gelaten.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet tijdig is gehoord over een belangrijke brief met bekennende verklaringen over het drugsgebruik, waardoor de Awb is geschonden. Desondanks acht de Raad voldoende bewezen dat appellant harddrugs heeft gebruikt en in bezit had tijdens zijn dienst, wat wangedrag oplevert volgens het Algemeen militair ambtenarenreglement.
De Raad vindt het ontslag als disciplinaire straf passend en niet onevenredig gezien het beleid binnen de Koninklijke Luchtmacht en de ernst van het wangedrag. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het ontslagbesluit terecht in stand gelaten, en het hoger beroep wordt afgewezen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ontslag van appellant uit de militaire dienst wegens bezit en gebruik van harddrugs wordt bevestigd als niet onevenredig.