ECLI:NL:CRVB:2006:AX9641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politiemedewerker wegens gebruik en bezit van GHB niet onevenredig
Betrokkene, werkzaam bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het gebruik en bezit van verdovende middelen zoals GHB en XTC. De rechtbank had het ontslag bevestigd, waarbij het bezit van een buisje GHB in haar toilettas en verklaringen van collega’s als bewijs werden beschouwd.
In hoger beroep ontkende betrokkene de beschuldigingen en betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van haar vroegere kennis en collega’s. De Korpsbeheerder stelde dat het bezit en gebruik van GHB voldoende waren vastgesteld, ongeacht of betrokkene het buisje zelf in haar tas had gedaan.
De Raad oordeelde dat de verklaringen over XTC gebruik en verstrekking onvoldoende betrouwbaar waren, maar dat het gebruik en bezit van GHB wel voldoende aannemelijk was gemaakt door verklaringen van collega’s en de vondst van het buisje. Het ontslag werd niet als onevenredig beoordeeld gezien de strenge eisen binnen het politiekorps en het plichtsverzuim.
Betrokkene voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, maar de Raad vond dit niet relevant omdat vergelijkbare gevallen ontbraken. De Raad bevestigde het bestreden besluit en het ontslag bleef in stand.
Uitkomst: Het ontslag van de politiemedewerker wegens gebruik en bezit van GHB wordt bevestigd als niet onevenredig.