ECLI:NL:CRVB:2006:AX9866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen buiten behandeling laten WW-uitkeringsaanvraag wegens ontbrekende werkbriefjes
Appellant was tot eind oktober 2003 werkzaam als systeembeheerder en diende een aanvraag voor een WW-uitkering in. Het UWV verzocht appellant om twee werkbriefjes in te vullen en op te sturen om het recht op uitkering vast te stellen. Appellant stuurde deze niet tijdig in, waarna het UWV besloot de aanvraag niet verder in behandeling te nemen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij de werkbriefjes wel had opgestuurd, maar het UWV ontving deze niet.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het geschil met het latere toekenningsbesluit was komen te vervallen en appellant geen procesbelang had. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk procesbelang had en schadevergoeding inclusief wettelijke rente verlangde.
De Raad oordeelde dat het procesbelang wel aanwezig was, maar dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de werkbriefjes tijdig had ingezonden. Het UWV's stelling dat zij de werkbriefjes pas bij het bezwaarschrift ontving werd geloofwaardig geacht. Daarom hield het besluit van 27 april 2004 stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Vergoeding van schade werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de WW-uitkeringsaanvraag buiten behandeling te laten wordt ongegrond verklaard.